De Nephilim of de reuzen uit de bijbel - David en Goliath

 

Ook in de bijbel wordt er hier en daar over reuzen gesproken. Het zal de meeste mensen die sporadisch in "de schrift" duiken niet eens opvallen. En tijdens de lessen "gewijde geschiedenis" van weleer werd er al helemaal niet over gesproken; om begrijpelijke redenen ...

In de Torah (de vijf eerste boeken van de bijbel) en in sommige apocriefe joodse en vroeg-christelijke geschriften zoals het boek Henoch komen we de Nephilim ("de gevallenen") geregeld tegen. Het was een volk van reuzen, ontstaan door vermenging (zeg maar gemeenschap) van de zonen van God met mooie vrouwen van het mensenras. De vroeg-christelijke kerk vond het nodig om het boek van Henoch te verdoemen; nochtans (of misschien juist daarom) gaat het erg diep in op de onnatuurlijke relatie tussen engelen en mensen en de directe relatie met de zondvloed. Henoch vertelt over niet meer te controleren mutanten, over kannibalisme en andere gruwelijke dingen. De zaak liep zodanig uit de hand dat God besloot deze mutanten en hun nakomelingen uit te schakelen... de zondvloed.

In de Genesis (hoofdstuk 6 vers 1) wordt het volgende gezegd: "Toen de mensen op de aarde zich begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods dat de dochters der mensen schoon waren en zij namen zich daaruit vrouwen, wie ze maar wilden..." en in vers 4:"De reuzen (Nephilim) waren op aarde die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen met naam".

Wie die "zonen Gods" waren, daar hebben we het raden naar. Sommigen verwijzen naar de gevallen engelen, anderen denken aan het nageslacht van Seth, de derde zoon van Adam en Eva, nog anderen halen er zelfs buitenaardse wezens bij. In sommige bijbelvertalingen wordt het woord Nephilim onvertaald gelaten, maar meestal wordt het vertaald door reuzen, giganten, titanen. Het zou zelfs kunnen dat de halfgoden, giganten en titanen uit de klassieke mythologie verwant zijn aan de Nephilim. Om daar achter te komen moeten we echter de hele symboliek van de klassieke godenwereld gaan bekijken en dat zou ons veel te ver leiden. Een volgende keer misschien.

Belangrijk is te weten dat één van de grootste redenen voor de zondvloed was, dat de aarde "vol geweldenarij en godslastering was" en dit door toedoen van o.a. de Nephilim. Blijkbaar heeft die zondvloed onvolledig werk afgeleverd want op verschillende plaatsen in de bijbel wordt er ook nog na de grote vloed bericht over die reuzen.

Zo lezen we in Numeri (hoofdstuk 13, vers 32/33): "En zij bleven tegenover de zonen Israëls een slecht bericht uitbrengen over het land dat zij hadden verspied, zeggende: "Het land dat wij zijn doorgetrokken om het te verspieden, is een land dat zijn bewoners verslindt, en al het volk dat wij in het midden ervan hebben gezien, bestaat uit mannen van buitengewone afmetingen. En wij hebben daar de Nephilim gezien, de zonen van Enak, die van de Nephilim afkomstig zijn, zodat wij in onze eigen ogen als sprinkhanen werden, en dat werden wij ook in hun ogen."

Het gaat hier over een passage waarin verhaald wordt dat de verkenners die de Joden hadden uitgezonden alvorens het beloofde land binnen te trekken, in paniek terugkeerden met de meest gruwelijke verhalen. Zij proberen hun leiders er van te doen afzien dit nieuwe land te veroveren. Maar ... dit was zonder de waard, in dit geval God, gerekend!!! Want de Kanaänieten (de bewoners van het te veroveren land) waren grotendeels afstammelingen van de Nephilim (overlevenden dus van de zondvloed) en daar had God nog een zuur appeltje mee te schillen want zij hadden de vloed overleefd...

In Deuteronomium (hoofdstuk 20 vers 16) beveelt God zijn volk (naast nog een heleboel ander fraais): "Alleen van de steden van deze volkeren, die Jehovah, uw God, u tot erfdeel geeft, moogt gij niets wat adem heeft in leven laten want gij dient hen zonder mankeren aan de vernietiging prijs te geven, de Hetieten en de Amorieten, de Kanaänieten en de Ferezieten,... zoals de Heer uw God u geboden heeft!"

De verschillende namen van al die stammen zijn in feite alle namen die verwijzen naar het nageslacht van de Nephilim. Ze deelden alle de kenmerken van reusachtig, lang en beresterk te zijn ("de verschrikking viel op hen die ze met eigen ogen zagen".)

Eén van de reuzen wordt zelfs min of meer in detail beschreven (Deuteronomium 3:11). "Alleen Og, de koning van Basan was overgebleven als laatste der Refaieten (de Rephaim zijn de afstammelingen van Rapha); zie zijn rustbank was een rustbank van ijzer, ze staat immers in Rabba der Ammonieten. Negen el is zij lang en vier el breed, naar de gewone el van een man."

Sommige van deze mannen droegen speren die (omgerekend) tussen de vijf en de vijftien kilo wogen. Goliath (waarschijnlijk ook een van de Nephilim droeg een pantser dat bijna 100 kilo woog en er wordt verteld dat hij ongeveer negen voet lang moet geweest zijn (een slordige drie meter!) Kenmerkend voor deze reuzen was dat ze zes vingers aan elke hand hadden en aan elke voet zes tenen).

David en Goliath

En wie kent er niet de strijd tussen David en Goliath? Dit verhaal komt in een heel ander daglicht als we datgene wat hier vooraf gaat in gedachten houden. Dan wordt het niet zomaar een strijd tussen twee vertegenwoordigers van twee rivaliserende stammen, maar het wordt een kosmisch gebeuren tussen een vertegenwoordiger van de "nieuwe" mens tegen een afstammeling van een bijna verdwenen en onbekend oervolk van reuzen waarvan de oorsprong en de geschiedenis verdwijnt in de nevelen van de tijd.

David was de jongste van de acht zonen van Jesse. De familie leefde in Bethlehem iets ten zuiden van Jeruzalem. David kreeg als opdracht zorg te dragen voor de kudde schapen die de familie bezat. Het was een tijd dat nog heel wat wilde dieren de streek onveilig maakten en daardoor werd hij zeer vaardig met de slinger (een wapen dat ook nog in de laatste intefada door jonge Palestijnen gebruikt werd). Zo doodde hij o.a. een leeuw en een beer die de kudde belaagden. Hij bracht de eenzame nachten door met te mijmeren over de grootheid van God en hij zong zelfgemaakte liederen waarbij hij zich begeleidde op de harp (attribuut waaraan je David kunt herkennen in de Christelijke iconografie).

De drie oudste broers van David waren soldaten in het leger van koning Saul en die was voortdurend in gevecht met de Filistijnen (Palestijnen?). In het land van deze laatsten woonden nog vele reuzen waarvan er ook in het leger dienden.

Eén van de grootste en sterkste Filistijnse reuzen was Goliath. Die had vier broers die eveneens reuzen waren. Dagelijks kwam Goliath het leger van de Joden uitdagen. Telkens stelde hij hen voor dat zij één man zouden afvaardigen die met hem de strijd zou aangaan. Indien die Goliath kon doden, zouden de Filistijnen voor eeuwig de slaven zijn van de Joden; in het omgekeerde geval zouden de Joden voor eeuwig de Filistijnen dienen.

Omdat Goliath een man was van meer dan drie meter groot durfde niemand de strijd met hem aan.... Tot ... op een dag David met eten voor zijn broers naar het legerkamp werd gestuurd. Ook hij hoorde de donderende stem van de reus en was verontwaardigd dat iemand het leger van "de ware God" zo durfde uit te dagen. Hij vroeg toestemming aan koning Saul om hem te vertegenwoordigen, wat de koning schoorvoetend toestond. Wat kon zo'n snotaap zonder enige krijgservaring tegen een geoefend soldaat die bovendien ook nog eens een reus was?

David kreeg een harnas en een helm, maar die waren te zwaar en hij trok ten strijde in zijn zelf geweven overkleed en met als enige wapen zijn slinger. De reus, geamuseerd en verontwaardigd tegelijkertijd, brulde het uit. Maar David legde een steen in zijn slinger, mikte en raakte Goliath precies tussen de ogen. Obligaat draaide de kolos enkele keren rond de eigen as en plofte in het stof, dood, morsdood. David (hij had er goesting in gekregen) stormde op de reus af, nam zijn zwaard en sneed hem vakkundig de keel over!

De Filistijnen konden hun ogen niet geloven en vluchtten in paniek weg, achternagezeten door de Israëlieten die het land grondig plunderden (... moogt gij niets wat adem heeft in leven laten, want gij dient hen zonder mankeren aan de vernietiging prijs te geven!).

Bij zijn terugkeer in de Joodse nederzettingen danste iedereen en de vrouwen zongen:"Koning Saul heeft er duizenden gedood, maar David heeft er tienduizenden gedood." Dit tot grote ergernis van Saul die hem twee maal probeerde te doden, later probeerde hij David nog dodelijker te treffen door hem een huwelijk met zijn dochter aan te bieden... maar dat is een ander verhaal.

Na de dood van Saul wordt David uiteindelijk koning en uit zijn geslacht wordt dan via kinderen en kleinkinderen tenslotte Jezus Christus geboren. Dat verklaart waarom Christus ook wel de zoon van David genoemd wordt. In de Christelijke iconografie bestaat trouwens "de boom van Jesse", een stamboom die de hele lijn van Jesse (vader van David) tot Jezus uitbeeldt...

Werden er onlangs bewijzen gevonden voor de bijbelse strijd tussen David en Goliath ?

15 november 2005, nieuws van "Discovery Channel"

Israëlische archeologen hebben tijdens opgravingen in de buurt van de veronderstelde woonplaats van Goliath het eerste post-bijbels bewijs gevonden van het verhaal van David tegen Goliath. Ze vonden een kleine aardewerken scherf waarop een naam staat die erg gelijkt op die van Goliath.

De roestkleurige scherf, waarschijnlijk een deel van een schaal werd opgegraven tijdens een reeds decennia lang onderzoek in Tell es-Safi, in Zuid-Israël. Tell es-Safi is een van de grootste ruïneheuvels (tell) in Israël en werd bijna ononderbroken bewoond sinds het vijfde millennium voor Christus. In de bijbel staat deze locatie beschreven als "Gath van de Filistijnen, waar Goliath leefde".

De inscriptie, daterend uit de 10e of vroege 9e eeuw voor Christus is de oudste Filistijnse inscriptie die tot nu toe gevonden werd. De tekst werd geschreven in archaïsch "proto-kanaanitisch" en bevat twee niet-Semitische namen: "Alwt" en "Wlt".

Volgens de man die de opgravingen leidt, Aren Maeir van de Barllan universiteit in Israël komen de twee namen etymologisch erg overeen met de Indo-Europese naam voor Goliath.

De opgravingslaag waarin de inscriptie werd gevonden wordt gedateerd op ongeveer 100 jaar na de tijd van David, althans volgens de algemeen aanvaarde bijbelse chronologie. Maeir ziet in de vondst van de scherf een bewijs van de culturele zeden en gewoonten uit die tijd en mogelijk een bevestiging van de strijd tussen David en Goliath.

Nochtans zou, volgens Lawrence Mykytiuk van de Nijbel-universiteit, de scherf niet refereren naar de bijbelse Goliath. Hij zegt: " Er is hier geen sprake van een duidelijke identificatie van de bijbelse Goliath. Zelfs als zijn naam duidelijk op de potscherf zou aangebracht zijn, dan is dit nog geen bewijs dat we hier te maken hebben met de bijbelse reus. Uiteraard kunnen er meerdere mensen geweest zijn met die naam."

De vondst is nochtans belangrijk omdat we hier te maken hebben met artefacten die de bijbelse verhalen zo niet bevestigen, dan toch steunen. Hier wordt immers wel bevestigd dat in de tijd van David, niet-Semitische namen als Goliath of namen die er erg op geleken in die tijd geregeld voorkwamen in Gath, de "thuishaven" van de Filistijnse reus.

De inscriptie steunt wel punten uit de bijbel, zowel historisch als taalkundig, maar levert geen bewijs voor het bestaan van de bijbelse Goliath.

Het zoeken gaat in elk geval verder.

In november van 2005 werden de bevindingen van Maeir voorgelegd aan de American Schools of Oriental Research in Philadelphia...

Wordt misschien vervolgd.

 

Hugo Westdorp


Laatste aanpassing: 8-april-2006