Cyclopen.

 

De eerste cyclopen (ook wel kyklopen) waren drie zonen van de Griekse oergoden Kronos (Uranus, de tijd) en Gaia (de aarde). Ze staan in de Griekse mythologie bekend als woeste reuzen met maar één oog, midden op het voorhoofd (cycloop is letterlijk "rond-oog"). Ze waren de helpers van Hephaestos en in zijn smidsen op de hellingen van de Etna op Sicilië, smeedden ze de bliksems van Zeus. Die gebruikte hij om onweders over het land te jagen tijdens de lente en de zomer. Zij bezorgden Poseidon (god van de zeeën) ook zijn drietand en Hades (god van de onderwereld) de helm die hem onzichtbaar maakte.   Ze leefden echter vooral van de landbouw en de veeteelt; vooral schapen.

Bij hun geboorte kregen ze veel betekenende namen: Steropes (de bliksemer), Brontes (de donderaar) en Arges (de stralende).

Mycene, stad van Agamemnon (bekend van de oorlog om Troje) werd beschermd door enorme muren opgetrokken uit geweldige blokken natuursteen. Die muren spraken zo tot de verbeelding van de Grieken dat ze ervan overtuigd waren dat ze opgetrokken waren door de cyclopen en niet door mensen; daarom werden ze ook de "cyclopische muren" genoemd.

Het voorgaande diende even om het kader te schetsen.

In de Odyssee van Homeros worden de jarenlange omzwervingen beschreven van de held Odysseus. Die wil na de oorlog tegen Troje wel eens terug naar vrouw en kind maar door twisten en getouwtrek tussen de goden geraakt hij er maar niet en is hij verplicht zowat de halve wereld af te reizen en ettelijke keren zijn leven en dat van zijn bemanning te riskeren... Tenslotte komt alles natuurlijk nog prima in orde en leefde hij nog veel en kreeg lange kinderen...

Onze Odysseus echter komt tijdens één van zijn vele avonturen terecht op het eiland van de cyclopen. Hij wordt met een deel van zijn bemanning gevangen gehouden in de grot van de cycloop Polyphemos, zoon van Poseidon. Alhoewel de meeste cyclopen leefden van wat het land opbracht en van de schaapjes, blijkt deze jongen toch van meer culinaire afwisseling te houden en lust hij bij tijd en wijlen wel eens een sappige mensenbout. En blijkbaar waren de gevangen Grieken wel lekkere stukken want elke avond gooide hij er eentje "in de pot". Odysseus die ook niet van gisteren was en huis en haard wil bereiken bedenkt dus een list!

Hij voert de reus dronken en tijdens het dronkemansgesprek vertelt Osysseus dat hij "niemand" heet. Polyphemos, blijkbaar niet van de snuggerste, valt weldra versuft in slaap waarop de nog niet opgepeuzelde Grieken hem met een brandende en aangepuntte paal het ene oog uitsteken.

Uiteraard is dat voor onze cycloop geen pretje en brullend van pijn wordt hij wakker. Maar hij is blind en kan zijn beulen niet vinden. Om te voorkomen dat ze de grot kunnen uitsluipen, posteert hij zich bij de ingang. Als bij het ochtendgloren de schapen de grot verlaten en naar de weide gaan, bindt Osysseus zijn mannen stuk voor stuk onder een schaap en hijzelf klampt zich vast aan de haren van de grootste ram. Alle schapen worden betast door de reus maar blijkbaar krijgt hij niets in de gaten en zo ontsnappen de mannen één voor één...

Nu heeft Polyphemos de kans om de grot grondig te doorzoeken. Uiteraard vindt hij niemand meer en als hij beseft dat hij beetgenomen is, ontsteekt hij in een "Franse colère"!!! Als op het gebrul en het getier   van de razende reus de andere cyclopen toegesneld komen en vragen wat er aan de hand is, antwoordt hij:"Niemand heeft mijn oog uitgestoken en Niemand is ontsnapt. Ik ben razend op Niemand!!!". De cyclopen denken dat Polyphemos gek is geworden en gaan weer slapen.

Odysseus is ondertussen al op zijn schip maar kan het niet nalaten de reus nog wat te tarten en o.a. zijn echte naam te roepen waarop de cycloop een rotsblok richting schip gooit. Die komt echter achter het vaartuig terecht waardoor het nog meer vaart krijgt en buiten de gevarenzone terechtkomt.

Polyphemos richt zich vervolgens tot Poseidon, zijn vader en god van de zeeën, om hem te wreken. Poseidon gaat op de bede van zijn zoon in en zal tijdens de rest van Odysseus' lange reis hem permanent de duvel proberen aan te doen.

Maar dat zijn andere verhalen...

Wat is waar en wat is verzinsel?

Uiteraard is het verhaal van Odysseus verzinsel maar in het verhaal van de cyclopen zit waarschijnlijk een tikkeltje waarheid.

Tijdens de laatste ijstijd leefden op Sicilië een soort dwergolifanten. Daarvan worden nu nog sporen gevonden. Olifantenschedels hebben blijkbaar geen duidelijk uitgesproken oogkassen maar wel een grote neusholte op de plaats waar de slurf heeft gezeten. De Grieken zouden die schedels kunnen gevonden hebben en ze aanzien hebben als schedels van reuzen met één groot oog. Aangezien ze die overblijfselen niet in verband konden brengen met ook maar één hun bekend dier, moeten ze daar wel een fabelwezen in gezien hebben en dat heeft dan weer waarschijnlijk geleid tot mythische verhalen als dat van de cyclopen... Dat verklaart ook meteen waarom de cyclopen gesitueerd worden op de flanken van de Etna.

 

Hugo Westdorp

 

Klik hier voor een beeld van de griekse godenfamilie

 


Laatste aanpassing: 3-april-2006