Hendrik Conscience - 1812-1883
"de schrijver die zijn volk leerde lezen"
.

 

Biografie - Bibliografie

 

Hendrik Conscience werd geboren te Antwerpen op 3 december 1812 uit een Franse vader en een Vlaamse moeder (afkomstig uit Brecht). Zijn vader was scheepstimmerman. Als kind was hij dikwijls ziek zodat hij slechts sporadisch naar school ging.

Conscience was een autodidact. Vooral de natuur en de geschiedenis konden hem boeien. Hij werd hulponderwijzer en kwam bij het uitbreken van de omwenteling in 1830 in het Belgisch leger terecht. Hij kon zich als dromer en eenzaat niet aanpassen aan het harde legerleven en werd gedegradeerd.

Na zijn demobilisatie in 1836 begon hij te schrijven, eerst in het Frans, later in het Nederlands. Hij kwam aan de kost als klerk bij het provinciebestuur maar hij nam ontslag om zich helemaal aan het schrijven te wijden. Wegens politieke moeilijkheden dook hij enige tijd onder. Hij schreef een romantisch historisch proza met historische inspiratie, waarin hij als jonge, heethoofdige flamingant de strijd aanbond met de verknechtende zuidervolken. Zijn historische roman waarin hij het opnam tegen de Fransen was meteen een schot in de literaire roos. "De Leeuw van Vlaanderen", het populairste boek van de Vlaamse literatuur, was een volksepos dat in de context van de Vlaamse ontvoogding en bewustwording, zonder meer de betekenis had van een politieke daad. Het draagt al generaties bij tot de Vlaamse bewustwording.

Rond 1840 kwam Hendrik Conscience tot rust. Hij werd griffier bij de Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, huwde in 1841 met Maria Peinen en evolueerde zowel in politieke als literaire zin naar een minder radicaal katholiek realisme alhoewel hij flamingant bleef. Hij begon zedenkundig-maatschappelijke romans te schrijven, waarmee hij zijn lezerspubliek aanzienlijk uitbreidde ("Hoe men schilder wordt", "Wat eene moeder lijden kan", "Siska van Roosemael"). Vanaf 1850 begon hij landelijke dorpsromans te schrijven, een genre waarin hij werkelijk uitmuntte ("Rikke-Tikke-Tak", "Blinde Rosa", "De Loteling", "De arme edelman").

In 1856 werd  hij benoemd tot arrondissementscommissaris te Kortrijk. In die periode verburgerlijkte zijn werk. Uit die periode dateert o.a. "Bella Stock". In 1869 tenslotte werd hij conservator van het Wiertzmuseum te Brussel. Alhoewel het in zijn privé-leven minder goed ging - zijn twee zonen overleden - betekende dit op letterkundig vlak een herleving met o.a. de historische roman "De kerels van Vlaanderen". Hij kreeg een standbeeld in Antwerpen en een maand later, op 10 september 1883, overleed Hendrik Conscience aan een slepende maagkwaal. Hij werd begraven te Antwerpen op het Kielkerkhof. In 1936 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Schoonselhof.

"De Leeuw van Vlaanderen", "Baas Gansendonck" en "De Loteling" werden verfilmd en vormden het onderwerp van talrijke toneelbewerkingen en zelfs een opera "Gansendonck".


Voor een biografie uit 1858, zie: UITTREKSEL uit de Revue Contemporaine, aflevering van Januari 1858.