LOTELING/REMPLAÇANT DRIES VAN DER VELDEN
STAMVADER VIER GENERATIES ACHELSE VELDWACHTERS/BOSWACHTERS

Samenstelling: René Winters

Bijna 130 jaar bleef in Achel het beroep van veldwachter/boswachter binnen één familie. Uniek is dat het beroep vier keer overging van vader op zoon. De stamvader was loteling en “beroepssoldaat” Andreas (Dries-Andrè) Van der Velden. In 1820 – toen de Hollanders het in Vlaanderen voor het zeggen hadden - kon hij aan de slag als “veldwaghter”. Een veldwachter vervulde toen ook de functie van boswachter. De functie van veldwachter/boswachter werd op het einde van de 19e eeuw opgesplitst. De Van der Velden’s werden toen staatsboswachters.

De Loting

De loting – om jonge mannen onder de wapens te roepen - werd officieel bij ons ingevoerd rond het midden van de achttiende eeuw, tijdens de regeerperiode van Filips V van Spanje. De man was van Franse afkomst, ook zijn legeraanvoerder kwam uit Frankrijk. Niet verwonderlijk dus dat het Franse systeem overal werd doorgedrukt. Een door het lot aangewezen en ingelijfde soldaat noemde men een conscrit of loteling. De conscriptie is de inschrijving van alle jonge mannen voor de verplichte legerdienst die door de Franse Wet van 5 september 1798 werd ingevoerd. In Vlaanderen, Brabant, Luxemburg en het prinsbisdom Luik was conscriptie één van de aanleidingen tot de Boerenkrijg. De conscriptie zorgde voor de inlijving van vele boerenzonen in het leger van Napoleon (zie foto). Zijn jarenlange oorlogen brachten de conscrits op alle grote Europese slagvelden.

Gemeenten waren gegroepeerd in een militiekanton dat niet noodzakelijk dezelfde gemeenten waren als in een kieskanton bij de verkiezingen. In 1909 – het laatste jaar van de lotingen en daarna de invoering van de algemene dienstplecht - bestond het militiekanton Neerpelt uit de gemeenten: Achel, Hamont, Kaulille, Lommel, Neerpelt, Overpelt en Sint-Huibrechts-Lille.

Uit de inschrijvingslijst werd via loting een contingent aangewezen dat effectief de legerdienst moest vervullen. De loting zelf greep plaats met een houten trommel met draaizwengel voor het trekken van de lotnummers, opgeborgen in houten houdertjes (zie foto).

Op de dag van de loting begaven alle 19-jarigen zich – vanaf 1848 werd dat 20 jaar - voorzien van al hun papieren, inclusief het gemeentelijke certificaat voor vrijstelling of uitstel, onder begeleiding van een functionaris van de gemeente (die de weg en de gebruiken kende) naar de hoofdplaats van het militiekanton. Daar werd geloot in 2 fasen. Iedereen trok eerst een individueel nummer. Daarna werd het nummer geloot dat als basis zou dienen om te bepalen wie naar het leger moest en wie niet. Een hoger nummer dan X was “ingeloot”, een lager nummer was dan “uitgeloot”.

Als men volgens de hierboven staande procedure definitief voor de dienst was aangewezen, bestond er – als men in de tussentijd niet stierf of volledig werkonbekwaam werd - nog maar één manier om er aan te ontsnappen.

Er bestond altijd en overal wel een ‘poule’ van personen die bereid was om een dienstplicht over te nemen. Doorgaans waren dat personen die er al een eerste termijn als “vrijwilliger-met premie” op hadden zitten en niets anders hadden geleerd dan in het leger te zijn. Een aantal van die personen was altijd wel bij de loting aanwezig of was te vinden in de café’s in de buurt van het gebouw waar de militieraad werd gehouden. Vermogende lotelingen kochten zich vrij van militaire dienst door een minder gefortuneerde via betaling zijn dienstplicht te laten vervullen.

Te vermelden valt dat wanneer de afkoper deserteerde, wegens een misdrijf uit het leger gezet werd of overleed, de loteling alsnog in dienst moest gaan of alweer iemand anders moest zoeken.

Sinds 1 oktober 1795 waren de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik "officieel" bij de Franse Republiek aangehecht en vielen dus ook de Vlaamse mannen en jongens tussen 20 en 25 jaar onder het systeem van conscriptie. In vredestijd werd de dienstplicht beperkt tot 5 jaar, in oorlogstijd was er geen beperking voorzien.

Dries Van de Velden

Stamvader Andreas Van der Velden heeft zijn officiële aanstelling in 1821 te danken aan het feit dat hij een militaire loopbaan achter de rug had. Eerst als loteling (nr. 58) en nadien als remplaçant – vervanger voor lotelingen die er zich ingeloot hadden - was hij actief in het Franse en Hollandse leger. Andreas Van der Velden werd geboren te Lommel op 12 mei 1785. Hij huwde te Achel op 14 februari 1822 met Helena Van der Plas. Na het overlijden van zijn echtgenote trouwde hij met Petronella Theunissen.

Op 21 maart 1811 neemt “journalier” of dagloner Andreas Van der Velden als remplaçant dienst in het Franse leger van Napoleon. Voor de som van 1.219,50 francs koopt hij de legerdienst af van conscrit Laurent Goudsmits uit Lommel. Een groot bedrag voor die tijd. Hij was ook van 1813 tot 1815 in Franse dienst als kurassier en kreeg er een goed rapport.

In 1817 wordt hij remplaçant voor Henry Leen uit Sint-Huibrechts-Lille, maar dan bij de Nederlandse troepen (Hollandse Tijd 1815-1830).

Vier generaties

Na het overlijden van veldwachter Willem Colen werd Andreas Van der Velden tijdens de gemeenteraadszitting van 29 juni 1821 benoemd tot veldwachter van Achel. Uit een proces-verbaal van 20 maart 1820 – Van der Velden was toen aanwezig bij een plaatsbezoek aan een huis in Achel-Dorp dat dreigde in te storten - blijkt echter dat hij op die datum al dienst deed als veldwachter. Mogelijk was hij toen tijdelijk in dienst.

Het gemeenteraadsverslag van zitting 29 juni 1821 vermeldt als volgt:

…In aanmerking nemende gemelde persoon (Andreas Van der Velden, n.v.d.r.) daartoe de vereischte hoedanigheden bezit van een goed gedrag en verscheide jaren de Militairen dienst heeft waargenomen zoo onder de beheering van het Fransch Gouvernement als onder de troepen van den Koning der Nederlanden…”

In de nog jonge Belgische staat wordt op 3 november 1837 de benoeming van Andreas Van der Velden bevestigd door de Achelse gemeenteraad. De motivering luidt als volgt: “…Van der Velden Andreas is van een zeer braaf gedrag en dat denzelven voor eene som van een honderd zeven en twintig francs zijne functie beloofd uit te oefenen. Daarom verklaart de meenteraad: “…den gemelde Andreas Van der Velden als veldwachter te behouden, zelfs ingeval deze gemeente met die van Lille-Sint Hubert verenigd wirdt…”

Andreas Van der Velden overleed te Achel op 30 januari 1853. In Sint-Huibrechts-Lille werd toen weer een afzonderlijke veldwachter benoemd. In Achel werd Jan-Hendrik Van der Velden – één van de twee zonen uit het eerste huwelijk van Andreas – de nieuwe veldwachter.

Jan-Hendrik Van der Velden werd geboren in Achel op 24 februari 1824. Als loteling was hij tot 20 december 1850 grenadier (zie foto grenadiers 1883) bij het Belgische leger.

Grenadiers van het Belgische leger uit 1883. Foto: vzw Museum van het Kamp van Beverlo.

Nadien werd hij dagloner. Hij trouwde met Anna-Elisabeth Corstjens, dochter van timmerman Gerard Corstjens en Maria Laukens. Op 22 februari 1853 werd hij door de gemeenteraad van Achel bij de gouverneur voorgedragen als eerste kandidaat voor de functie van gemeentelijk veldwachter. Op 25 augustus 1853 wordt de benoeming vermeld in de notulen van het schepencollege. Op 62-jarige leeftijd had Jan-Hendrik Van der Velden nog de ambitie om brigadier-veldwachter te worden. Hij had een tegenkandidaat in de persoon van Jacobus Mussen, veldwachter uit Overpelt. Hij greep naast de benoeming. Het verslag van deze benoemingsvergadering – in het gemeentehuis van Neerpelt – vermeldt als volgt:

“…Bij opening der briefkens heeft gebleken dat Jacobus Mussen, veldwachter van Overpelt tot eerste kandidaat en Jan-Hendrik Van der Velden van Achel tot tweede kandidaat is verkozen met algemene stemmen…”.

Jan-Hendrik Van der Velden overleed op 30 januari 1888.

De derde generatie veldwachter bij de familie Van der Velden komt eraan wanneer Ludovicus (Louis) Van der Velden – zoon van Jan-Hendrik - zich kandidaat stelt. Louis werd geboren te Achel 27 maart 1867. Hij trouwde met Petronella (Nel) Gijbels, geboren te Achel 27 mei 1873. In de militielichting van 1887 trok hij als loteling het nummer 69. In de militielijst 1887 vinden we het volgende terug: “Exempté pour une anneé, frère au service” of vrijgesteld voor één jaar wegens broederdienst. Die broer was Gerardus Van der Velden, loteling nr 93 van de militielichting 1882.

De gemeenteraad van Achel stelt tijdens de gemeenteraadszitting van 2 januari 1889, Louis Van der Velden (foto) voor als veldwachter. Even later krijgt hij die benoeming van de gouverneur, maar er wordt bij vermeld dat hij de functie krijgt nadat hem “oorlof van ouderdom is verleend”. Daarmee wordt bedoeld dat hij op het ogenblik van zijn benoeming niet de minimumleeftijd had bereikt om veldwachter te kunnen worden, maar dat de gouverneur hierop een afwijking kon toestaan.

Na de indiensttreding van Louis Van der Velden werd door de Belgische overheid de functie van veldwachter opgesplitst in veldwachter en boswachter. Omdat Louis Van der Velden van dan af staatsboswachter werd, volgde Wilhelmus Claessen – vader van burgemeester Antoon Claessen - hem op als veldwachter (benoemd op 4 juli 1901). Bij de boswachterij promoveerde Louis Van der Velden in 1927 tot brigadier-boswachter. Louis overleed in Achel op 30 oktober 1933. Louis Van der Velden en Nel Gijbels hadden de zorg over een kinderkroost van negen kinderen. Twee zonen traden in zijn voetsporen. De oudste zoon Harrie werd boswachter in het Zoniënwoud bij Brussel. Zoon Bert – geboren in Achel op 13 mei 1908 – ambieerde de functie van boswachter in Noord-Limburg. Hij trouwde op 17 september 1932 met zijn buurmeisje Anneke Winters.

Dries Van der Velden
Louis Van der Velden

Een groep Limburgse boswachters. Vooraan Bert Van der Velden, met zijn handen over zijn rechterknie. Links naast hem collega Leo Vliegen, zijn opvolger in Achel

Op 15 oktober 1929 werd Bert Van der Velden benoemd als hulpboswachter en bij het bereiken van de leeftijd van 25 jaar, volgde hij zijn vader Louis op als boswachter. Bert Van der Velden werd op jonge leeftijd ernstig ziek en overleed te Leuven op 7 maart 1949. Hij was toen bijna 41 jaar. Door dit vroege overlijden was er geen directe vader-op-zoon opvolging mogelijk. “Bert de boswachter” sloot daarmee vier generaties-op-rij veldwachters/boswachters in Achel af.

 

Met dank aan:

  • Mia Van der Velden (dochter van “Bert de boswachter”)
  • vzw Museum van het Kamp van Beverlo
  • Het rijksarchief te Hasselt
  • Patrick De Wolf en Hugo Westdorp

 

Gepubliceerd in heemkundig tijdschrift " De Achelse Kapetulie" van Heemkundekring Achel: jaargang 23 - nr. 4 - december 2010.